1. De subsidieontvanger van een (meer)jaarlijkse subsidie kan een
egalisatiereserve vormen.
2. Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten
van de activiteiten waarvoor de subsidie werd verleend, komt ten gunste,
onderscheidenlijk ten laste, van de egalisatiereserve.
3. De subsidieontvanger is ter zake van de egalisatiereserve tegenover
de gemeente vergoedingsplichtig naar evenredigheid van de mate waarin de
subsidie aan de egalisatiereserve heeft bijgedragen indien:
a. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden
beëindigd;
b. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of
de subsidie wordt beëindigd, of
c. de rechtspersoon die de subsidie ontving wordt ontbonden.
4. De vergoeding als bedoeld in het derde lid wordt vastgesteld binnen
een jaar nadat het college op de hoogte is gekomen of kon zijn van de
gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder
geval binnen vijf jaren na de bekendmaking van de laatste beschikking
tot subsidievaststelling.
5. Indien voorafgaand aan de subsidieverlening voorzieningen zijn
gevormd, kunnen deze als egalisatiereserve worden opgenomen in de
begroting, de jaarrekening en de balans van de subsidieontvanger.
Hoofdstuk
Artikel 14
Egalisatiereserve
Onderdeel van Algemene subsidieverordening gemeente Barneveld