Het is verboden een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg:
indien daarvan niet van tevoren melding is gedaan aan het bevoegd gezag op een door het college vastgesteld meldingsformulier, onder indiening van een situatieschets (incl. een goede maatvoering), van de gewenste uitweg en een foto van de bestaande situatie;
indien het bevoegd gezag het maken of veranderen van de uitweg heeft verboden.
Het bevoegd gezag verbiedt het maken of veranderen van de uitweg in het belang van:
de bruikbaarheid en het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente;
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving.
De uitweg kan worden aangelegd indien het bevoegd gezag niet binnen acht weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat de gewenste uitweg wordt verboden.
De uitweg wordt door of vanwege de gemeente aangelegd.
Het verbod in het eerste lid geldt niet voor in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.
Het college kan nadere regels vaststellen omtrent de inrichting van een uitweg.
AFDELING 6 VEILIGHEID OP DE WEG
HOOFDSTUK 2
Artikel 2:8
Maken of veranderen van een uitweg
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Emmen 2012