**1..** Onder een fraudeschuld wordt verstaan: ten onrechte verstrekte bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht zoals bedoeld in artikel 17 lid 1 WWB of artikel 44 lid 1 WIJ;
**2..** Fraudeschulden worden in alle gevallen terug- en ingevorderd, waarbij rekening wordt gehouden met inkomen en vermogen;
**3..** Alvorens een benadelingsbedrag wordt vastgesteld, maar het aannemelijk is dat de benadeling groter dan € 10.000,00 zal zijn, kan conservatoir beslag door een deurwaarder worden gelegd op geld en goederen van betrokkene.
**4..** Burgemeester en wethouders kunnen afzien van invordering als:
ten minste 50% van de fraudevordering is voldaan èn als volgt aan de opgelegde betaalverplichting is voldaan:
gedurende 72 maanden bij een fraudevordering tot € 10.000,00;
gedurende 84 maanden bij een fraudevordering tot € 25.000,00;
gedurende 96 maanden bij een fraudevordering tot € 50.000,00;
gedurende 120 maanden bij een fraudevordering tot € 100.000,00;
gedurende 144 maanden bij een fraudevordering boven € 100.000,00.
Indien betrokkene niet heeft voldaan aan de hier bedoelde betaalverplichting kunnen de niet-betaalde termijnen alsnog ineens worden betaald tegen finale kwijting;
na 72 maanden geen betalingen zijn ontvangen en het niet aannemelijk is dat deze nog zullen worden ontvangen; of als
gedurende 36 maanden volledig aan de opgelegde betaalverplichting is voldaan en een afkoopvoorstel wordt gedaan met als uitgangspunt dat ten minste 50% van het restsaldo wordt voldaan.
**5..** Voorafgaande aan het jaar waarin kan worden besloten af te zien van invordering, wordt een vermogensonderzoek naar de debiteur ingesteld.
**6..** In geval van meerdere fraudebesluiten wordt lid 4 per fraudebesluit toegepast.
**7..** Burgemeester en wethouders kunnen alleen overwegen mee te werken aan een minnelijke schuldregeling als ten minste 36 maanden aan de opgelegde betaalverplichting is voldaan en hiermee ten minste 50% van de hoofdsom is voldaan;
**8..** In geval sprake is van een combinatie van fraude- en niet-fraudevorderingen en/of geldleningen, zal debiteur eerst gedurende de onder lid 4 onder a. genoemde maanden moeten aflossen op de fraudeschuld, waarna een restsaldo van deze fraudeschuld buiten invordering wordt gesteld en zal debiteur vervolgens gedurende (maximaal) 36 maanden moeten aflossen op de niet-fraudeschuld of geldlening, waarna een restsaldo van deze niet fraudeschuld of geldlening buiten invordering wordt gesteld.
**9..** In geval van fraudevorderingen is artikel 12 niet van toepassing.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Fraudeschulden
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering en verhaal WWB 2012 gemeente Haarlem