Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een
(recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben
op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens
voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.
Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
ontheffing verlenen.
Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het
verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op
het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing
aangewezen categorieën van geluidsapparaten,
(recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt
voldaan aan de door het college vast te stellen
voorschriften ter voorkoming of beperking van
(geluid)hinder.
De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
betreffen:
het maximale geluidsniveau;
de situering van geluidsbronnen;
de frequentie en tijden van gebruik.
Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat
dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving
(geluid)hinder veroorzaakt.
Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets
zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of
overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4:6a
(Geluid)hinder in de openlucht
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Horst aan de Maas (APV).