Naar hoofdinhoud
1.. Het buitengewoon verlof bedraagt maximaal tien dagen per kalenderjaar voor het leiden of volgen van een cursus ten behoeve van jeugd-, jongeren-, sport-, ouderen- en gehandicaptenwerk en het leiden of assisteren van de leiding bij een sporttoernooi, vakantiekamp of vakantieactiviteit. 2.. Het buitengewoon verlof als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt voor vijf dagen per kalenderjaar toegekend met behoud van bezoldiging. 3.. Het buitengewoon verlof als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt voor de dagen dat het aantal van vijf dagen per kalenderjaar als bedoeld in het tweede lid van dit artikel te boven gaat, tot het maximum van tien dagen, voor de helft verleend met behoud van bezoldiging en voor de helft zonder behoud van bezoldiging.

Rechtspraak bij dit artikel