In het kader van de trajecten gericht op arbeidsinschakeling kan scholing noodzakelijk zijn. Daar het aanbod van scholing bijzonder divers is en daarbij ook de duur en kosten erg variabel zijn, is het noodzakelijk om voor het aanbod hiervan nadere randvoorwaarden vast te stellen.
Het tweede lid geeft aan dat de scholing zowel aangeboden kan worden als een voorziening die
door de gemeente ingekocht wordt, als in de vorm van een subsidie. Dit laatste kan van belang zijn als de klant op eigen initiatief met een voorstel tot scholing komt die door het college noodzakelijk wordt geacht, doch niet bestaat binnen het reguliere aanbod. (zie ook artikel 13)
In de wet STAP is geregeld dat uitkeringgerechtigden zonder startkwalificatie na 6 maanden op een participatieplaats scholing of opleiding aangeboden krijgen tenzij dit naar het oordeel van B&W niet bijdraagt aan de arbeidsmarktkansen.De Wet STAP stelt geen eisen aan de inhoud, de duur of de hoogte van de scholing of opleiding. De gemeenteraad stelt bij verordening regels met betrekking tot de scholing of opleiding. Deze regels kunnen onder meer betrekking hebben op het type scholing of opleiding dat wordt ingezet in relatie tot de afstand tot de arbeidsmarkt. Het is aan het oordeel van gemeenten of scholing bijdraagt aan de arbeidsmarktkansen en gemeenten mogen zelf bepalen welke scholing zij aanbieden. Het vaststellen van nadere regels wordt gedelegeerd aan het college.
De Wet Verbetering arbeidsmarktpositie alleenstaande ouders regelt dat de alleenstaande ouder die de volledige zorg heeft voor een of meer tot zijn laste komende kinderen tot vijf jaar en die een ontheffing van de arbeidsverplichting heeft aangevraagd en heeft gekregen, is verplicht te voldoen aan de re-integratieverplichting. Die verplichting houdt in, het volgen van scholing of een opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert, tenzij scholing of opleiding naar het oordeel van het college voor de alleenstaande ouder niet haalbaar is of de alleenstaande ouder al beschikt over een startkwalificatie. Hiermee wordt niet een nieuwe verplichting voor de alleenstaande ouder geïntroduceerd. Op grond van de huidige Wwb heeft de alleenstaande ouder de verplichting gebruik te maken van de door het college aangeboden re-integratievoorzieningen en kan het college ook nu scholing als re-integratievoorziening inzetten.
Met de wet wordt wel een nieuw element geïntroduceerd. Namelijk dat het college bij voorrang de re-integratieplicht voor alleenstaande ouders zonder startkwalificatie, die de volledige zorg hebben voor een of meer tot zijn laste komende kinderen tot vijf jaar en die om ontheffing van de arbeidsverplichting hebben verzocht, ten minste dient in te vullen met scholing of opleiding die de toegang tot de arbeidsmarkt bevordert. Dit alleen, indien dit niet de krachten of bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat en de alleenstaande ouder geen startkwalificatie heeft. Welke scholing in individuele gevallen zal worden aangeboden, is afhankelijk van de individuele omstandigheden en wordt bepaald door het college in samenspraak met de alleenstaande ouder.
Dit is alleen anders, als een alleenstaande ouder met startkwalificatie die om een ontheffing van de arbeidsverplichting heeft gevraagd, het college verzoekt de re-integratieplicht in te vullen met een MBO-opleiding niveau 4. Naar aanleiding van het amendement Spekman is het college verplicht aan dit verzoek te voldoen, tenzij dit naar het oordeel van het college de krachten en bekwaamheden van de alleenstaande ouder te boven gaat.
Indien scholing voor een alleenstaande ouder in het individuele geval niet haalbaar is of als de alleenstaande ouder al een startkwalificatie heeft en geen MBO-4 opleiding wil volgen, blijft de algemene re-integratieverplichting van toepassing. Welke re-integratievoorziening in die gevallen uiteindelijk wordt aangeboden is afhankelijk van de individuele omstandigheden en wordt bepaald door het college. Deze wet brengt geen verandering in de huidige situatie.
Het uiteindelijke aanbod zal moeten passen binnen wat de gemeente, mede gelet op de beschikbare financiële kaders, in een verordening heeft opgenomen over haar re-integratiebeleid. Het college heeft belang bij een goed bij de betreffende alleenstaande ouder passend aanbod, omdat daarmee de kansen op uitstroom uit de bijstand worden vergroot en de bijstandsafhankelijkheid wordt verkleind of wordt beëindigd. Het stellen van nadere regels is dan ook aan het college.
Het verzoek om een ontheffing van de arbeidsverplichting is onlosmakelijk gekoppeld aan de scholings- c.q. re-integratieplicht. Indien uit houding en gedragingen van de alleenstaande ouder ondubbelzinnig blijkt dat deze de scholings- c.q. re-integratieplicht niet wil nakomen wordt de ontheffing van de arbeidsverplichting niet verleend of wordt deze opgeschort. Als de alleenstaande ouder laat blijken dat zij wel aan die plicht wil gaan voldoen, kan een ontheffing van de arbeidsverplichting worden verleend.
Binnen zes maanden na de aanvraag van ontheffing stelt het college in ieder geval een plan van aanpak op over de invulling van de aan de alleenstaande ouder aan te bieden (scholings)voorziening.