De Wwb regelt in artikel 31 lid 2 sub j de eenmalige maximale premie die door het college kan worden toegekend in het kader van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling.
Deze premie is onbelast en telt dus ook niet mee bij de toepassing van inkomens-afhankelijke regelingen. Dit is alleen het geval als in datzelfde jaar geen onkostenvergoeding voor vrijwilligerswerk is verstrekt.
In deze verordening is ervoor gekozen het verstrekken van premies in algemene zin te regelen. Het college stelt nadere regels. De gemeente kan haar premiebeleid afstemmen op verschillende activiteiten die in het kader van activering verricht worden en daarbij de hoogte van de premie laten variëren. Ook kan zij besluiten slechts bepaalde doelgroepen te subsidiëren.
Minder beleidsvrijheid heeft het college bij het toekennen van een stimuleringspremie bij een participatieplaats. Participatieplaatsen zijn tijdelijke werkplekken waarin mensen in het kader van hun re-integratie additionele arbeid verrichten met behoud van uitkering. De grondslag van de participatieplaatsen is artikel 10a van de wet. Op 1 januari 2009 is de Wet stimulering arbeidsparticipatie (STAP) in werking getreden (Stb. 2008, 590 en 591). In deze wet wordt een aantal wijzigingen met betrekking tot de participatieplaatsen geregeld. Wijzigingen die ervoor moeten zorgen dat uitkeringsgerechtigden nog beter worden toegerust voor de arbeidsmarkt en die regelen dat ook het UWV voor haar uitkeringsgerechtigden over participatieplaatsen kan beschikken.
De uitkeringsgerechtigde op een participatieplaats heeft na zes maanden en vervolgens iedere zes maanden recht op een premie, tenzij hij onvoldoende meewerkt aan de arbeidsinschakeling. Met de Wet STAP is het mogelijk gemaakt om de premie tweemaal per jaar te verstrekken. Voor de hoogte van de premie is aangesloten bij het bestaande premie-instrument binnen de Wwb en dit is maximaal 2196 euro per jaar (bedrag per 1 januari 2009). Het gaat hier om de premie zoals bedoeld in artikel 31, tweede lid, onderdeel j van de Wwb.
De gemeenteraad legt de regels over de stimuleringspremie vast in een verordening. In deze verordening moet in ieder geval rekening worden gehouden met de hoogte van de premie die bij de participatieplaats wordt toegekend, in relatie tot de armoedeval. Om te voorkomen dat een premie doorwerkt in inkomensafhankelijke regelingen, zoals de zorgtoeslag, dient de tweemalige premie in één bedrag te worden uitbetaald.