Het college vordert bijstand terug van de belanghebbende voor zover deze bijstand:
ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet of niet behoorlijk worden nagekomen;
voortvloeit uit gestelde borgtocht;
in gevolge artikel 52 Wwb of artikel 37 WIJ, bij wijze van voorschot is verleend en nadien is vastgesteld dat geen recht op bijstand bestaat;
anderszins onverschuldigd is betaald en voor zover de belanghebbende dit redelijkerwijs kon begrijpen of;
anderszins onverschuldigd is betaald, waaronder begrepen dat;
de belanghebbende naderhand met betrekking tot de periode waarover bijstand is verleend, over in aanmerking te nemen middelen als bedoeld in artikel 31 Wwb, artikel 7, artikel 7 WIJ, artikel 8 IOAW of artikel 8 IOAZ beschikt of kan beschikken
bijstand is verleend met een bepaalde bestemming en naderhand door de Belanghebbende vergoedingen of tegemoetkomingen worden ontvangen met het oog op die bestemming;
terugvordering als bedoeld onder e. vindt niet plaats, indien de betreffende kosten zijn gemaakt meer dan twéé jaar vóór de datum van het besluit tot terugvordering.
Hoofdstuk
Artikel 7
Ten onrechte verleende bijstand
Onderdeel van Beleidsregels terugvordering Wwb, WIJ, Ioaw en IOAZ van de Gemeente Dongen