Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 10

Het primaat van de verhuizing en de uitraasruimte.

Onderdeel van Besluit Nadere Regelen Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Een belanghebbende kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 9 onder a in aanmerking worden gebracht wanneer aantoonbare beperkingen het normale gebruik van de woning belemmeren. Een belanghebbende kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 9 onder b, c, e,f en g in aanmerking worden gebracht wanneer de in het eerste lid genoemde voorziening niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is. Het college kan ook een voorziening als bedoeld in artikel 9, onder a, toekennen aan een persoon die, op schriftelijk verzoek van het college, een reeds aangepaste woning ten behoeve van een ondersteuningsbehoevende met beperkingen ontruimt. Een belanghebbende kan voor een voorziening als bedoeld in artikel 9, onder d in aanmerking worden gebracht wanneer sprake is van een aanwezige gedragsstoornis met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen. Het primaat van de verhuizing zoals dat is neergelegd in artikel 10 van de verordening en artikel 9 onder a van dit besluit blijft in ieder geval buiten toepassing indien: er in beginsel niet binnen een tijdsbestek van zes maanden een woning beschikbaar komt waar naartoe kan worden verhuisd; de huur van de woning waar naartoe kan worden verhuisd niet valt binnen de grenzen van de Wet huurtoeslag; de kosten van woningaanpassing van de door de aanvrager bewoonde woning minder bedragen dan 125% van de kosten van verhuizing, noodzakelijke herinrichting en eventuele aanvullende woningaanpassingen; er een contra-indicatie tot verhuizen aanwezig is op grond van objectieve psychische en/of sociale redenen;

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel