1 Terstond na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een voorziening als bedoeld in artikel 8 onder b en d maar uiterlijk binnen 15 maanden na het verlenen van de financiële tegemoetkoming, verklaart de woningeigenaar aan B&W dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid.
2 De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële tegemoetkoming is verleend.
De gereedmelding als bedoeld in het eerste lid is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de financiële tegemoetkoming.
Degene aan wie de financiële tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in het eerste lid wordt uitbetaald, dient gedurende een periode van vijf jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden.
Artikel 19 Het verwerven van grond
Voor zover het treffen van voorzieningen, als bedoeld in artikel 9 onder b betreft het uitbreiden van een bestaande woning, dan wel het groter bouwen van een nieuw te bouwen woning dan zonder de voorzieningen nodig zou zijn, kunnen B&W een financiële tegemoetkoming verlenen voor de extra te verwerven grond tot het aantal vierkante meters per vertrek en een gedeelte van de buitenruimte bij de woning.
Het aantal m2 waarvoor ten hoogste een financiële tegemoetkoming kan worden verleend als bedoeld in artikel 2.8 van de verordening, aangegeven per vertrek in een zelfstandige woning:
soort vertrek
aantal m2 waarvoor ten hoogste financiële tegemoetkoming wordt verleend in geval van aanbouw van een vertrek
aantal m2 waarvoor ten hoogste financiële tegemoetkoming wordt verleend in geval van uitbreiding van een reeds aanwezig vertrek
woonkamer
30
6
keuken
10
4
zit- slaapkamer
18
8
eenpersoonsslaapkamer
10
4
tweepersoonsslaapkamer
18
4
toiletruimte
2
1
badkamer: - wastafelruimte
- doucheruimte
- badruimte
2
3
4
1
2
2
entree/gang/hal
5
2
berging
6
4
3. Het aantal m2 verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of tuinpoort dat bij het nieuw aanleggen van paden, dan wel bij het aanpassen van bestaande paden ten hoogste voor financiële tegemoetkoming in aanmerking komt is 20m2.
Artikel 20 Financiering van niet door het college gefinancierde deel van de kosten
B&W verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 9 onder b en c indien in de financiering van het niet door het college gefinancierde deel van de voorziening is voorzien.
Artikel 21 Kosten in verband met onderhoud, keuring en reparatie
1 B&W verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, keuring en reparatie indien:
a de woonvoorziening in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, de Wet voorzieningen gehandicapten dan wel de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten of de Beschikking Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten is verleend, en
b de aanvrager ten tijde van het onderhoud, de keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont en de kosten betrekking hebben op een woonvoorziening als bedoeld in artikel 9.
Artikel 22 Kosten in verband met tijdelijke huisvesting
1 B&W kunnen een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen die door de aanvrager moeten worden gemaakt in verband met het aanpassen van:
a zijn huidige woonruimte;
b de door de aanvrager nog te betrekken woonruimte.
2De financiële tegemoetkoming als bedoeld in het eerste lid wordt uitsluitend verleend voor de periode dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de aanvrager als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan.
3 B&W verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid indien de aanvrager redelijkerwijs niet kan voorkomen dat hij dubbele woonlasten heeft.
4 De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting is gelijk aan de werkelijk gemaakte kosten, met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 eerste lid onder a van de Wet huurtoeslag
5 De maximale duur gedurende welke de financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt, bedraagt zes maanden.
Artikel 23 Huurderving
In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte kunnen B&W een financiële tegemoetkoming verlenen aan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten.
Een financiële tegemoetkoming in verband met de derving van huurinkomsten wordt slechts verstrekt indien de betreffende woonruimte is aangepast voor meer dan € 5.000,00 dan wel indien er in de betreffende woonruimte een traplift is geplaatst.
De hoogte van een door het college te verlenen financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving is gelijk afhankelijk van de kale huur van de woonruimte, met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 eerste lid onder a van de Wet huurtoeslag.
De maximale duur gedurende welke de financiële tegemoetkoming kan worden verstrekt, bedraagt zes maanden.
Hoofdstuk 6 Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel
Artikel 24 Vormen van vervoersvoorzieningen
De door het college, ter compensatie van beperkingen bij het zich lokaal verplaatsen, te verstrekken voorziening kan bestaan uit:
een collectieve vraagafhankelijke vervoersvoorziening (zowel collectief als individueel);
een vervoersvoorziening in natura;
een persoonsgebonden budget te besteden aan een vervoersvoorziening.
een financiële tegemoetkoming voor het gebruik van (eigen) auto/(rolstoel)taxi.
Artikel 25 Primaat algemene voorzieningen/collectief vraagafhankelijk vervoer
Een ondersteuningsbehoevende kan voor de in artikel 24 onder a vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht indien aantoonbare beperkingen:
het gebruik van het openbaar vervoer of;
het bereiken van het openbaar vervoer onmogelijk maken.
Artikel 26 Het primaat van het collectief vraagafhankelijk vervoer
Een ondersteuningsbehoevende kan voor de in artikel 24, onder b, c en d vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
aantoonbare beperkingen het gebruik van een collectief systeem als bedoeld in artikel 24, onder a, onmogelijk maken dan wel;
een collectief systeem als bedoeld in artikel 24, onder a, niet aanwezig is.
Artikel 27 Omvang in gebied en in kilometers
Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving in het kader van het leven van alledag, tenzij zich een uitzonderingssituatie voordoet waarbij het gaat om een bovenregionaal contact, dat uitsluitend door de aanvrager zelf bezocht kan worden, terwijl het bezoek voor de aanvrager noodzakelijk is om dreigende vereenzaming te voorkomen.
De te verstrekken vervoersvoorziening zal maatschappelijke participatie door middel van lokale verplaatsingen tot een aantal van 2.000 kilometer mogelijk maken.
Artikel 28 Hoogte van de financiële tegemoetkoming
Het bedrag dat per jaar verstrekt wordt voor:
het gebruik van een [eigen] auto/taxi bedraagt € 675,00;
het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt € 1.012,50.
Op de bedragen genoemd in lid 1 wordt een korting van 25% toegepast indien aan belanghebbende eveneens een voorziening bedoeld in artikel 23 onder b, van de verordening, is toegekend
Op de bedragen genoemd in lid 1 wordt een korting van 25% toegepast indien aan de partner van de belanghebbende eveneens een vergoeding als bedoeld in lid 1 is toegekend.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 onder a geldt dat de hoogte van de vervoerskostenvergoeding voor het gebruik van een bruikleenauto, die is verstrekt op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet [AAW], gelijk is aan de bedragen die hiervoor jaarlijks door het UWV worden vastgesteld.
Hoofdstuk 5
Artikel 18
Gereedmelding, vaststelling en uitbetaling financiële tegemoetkoming woningaanpassing
Onderdeel van Besluit Nadere Regelen Wet Maatschappelijke Ondersteuning