Vorderingen worden ieder kwartaal beoordeeld op inbaarheid. Hierbij
wordt een onderscheid gemaakt tussen dubieuze en oninbare
vorderingen. Dubieuze vorderingen worden aan het einde van het jaar
verwerkt in een voorziening. De verwerking van oninbare vorderingen
vindt gedurende het jaar plaats.
Titel 2 › Afdeling
Artikel 10
Waardering debiteuren en overige vorderingen
Onderdeel van Financiële beheersverordening (art. 212 GW)