Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4 › Paragraaf

Artikel 4.1

Welke omstandigheden gelden?

Onderdeel van Verordening Onderwijsvoorzieningen van de gemeente Ede

1.. Is er sprake van genormeerde leegstand in een deel van een gebouw of terrein bestemd voor het primair onderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs? Dan kan het college de leegstand toewijzen of vorderen voor medegebruik. Dit kan aan de orde zijn als er een aanvraag is ingediend voor het bekostigen van een voorziening (vervangende) nieuwbouw en uitbreiding. Door medegebruik kan het college aan de aanvraag voldoen. 2.. Wanneer is er sprake van leegstand in een schoolgebouw? Er is een overschot aan vierkante meters bruto vloeroppervlakte. Dit blijkt uit de vergelijking van de ruimtebehoefte en de capaciteit van het gebouw. Hierbinnen zijn leegstaande onderwijsruimten beschikbaar. Dit is niet het geval als het bevoegd gezag aantoont dat er binnen het overschot aan vierkante meters bruto vloeroppervlakte geen leegstaande onderwijsruimten beschikbaar zijn. Dit toont zij aan op basis van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar. De capaciteit van het gebouw stellen we vast op basis van bijlage III, deel A. De ruimtebehoefte berekenen we op basis van bijlage III, deel B. 3.. Wanneer is er sprake van leegstand in een ruimte voor bewegingsonderwijs? In een gebouw voor het primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs: Het bevoegd gezag gebruikt de ruimte minder dan zesentwintig klokuren in totaal per week. In een gebouw voor een school voor voortgezet onderwijs: Het bevoegd gezag gebruikt het gebouw minder dan veertig klokuren. Behalve als u aantoont dat dit niet het geval is. Dit doet u op basis van de lesroosters voor het lopende of het eerstvolgende schooljaar. Het gebruik blijkt uit de berekening op basis van bijlage III, deel B.

Rechtspraak bij dit artikel