Het college kent de voorziening toe op basis van het aantal
leerlingen. Op basis hiervan stelt het college de voorziening
ook vast. Het gaat om het aantal leerlingen op 1 oktober van het
jaar dat voorafgaat aan het schooljaar.
Gebruikt een school voor primair of (voortgezet) speciaal
onderwijs een lokaal voor bewegingsonderwijs? En is het
schoolbestuur hiervan juridisch eigenaar? Dan geeft het college
een vergoeding.
De vergoeding bestaat uit een vast bedrag en een variabel
bedrag. Het college stelt een variabel bedrag vast per uur en
een vast bedrag per jaar. Deze bedragen zijn bestemd voor:
het onderhoud volgens de bepaling van de
onderwijswetten;
de materiële instandhouding;
vervanging en aanpassing van het onderwijsleerpakket en
meubilair.
De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van:
het stichtingsjaar van de accommodatie voor
bewegingsonderwijs;
de oppervlakte van de oefenzaal;
het aantal uren dat de zaal door het onderwijs gebruikt
wordt.
Voor de hoogte van de vergoeding hanteert het college de onderstaande
tabel. Jaarlijks indexeert het college de hoogte van de vergoeding met
het indexcijfer dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
adviseert.
Stichtingsjaar
Vaste kosten (excl. verzekering en ozb)
Variabele kosten (per klokuur/ per jaar)
Tot 1987
< 90 m2
2.723,80
330,95
90-130 m2
3.495,08
418,79
130-170 m2
3.821,60
451,94
170-190 m2
3.647,02
494,48
190-230 m2
3.492,88
544,76
> 230 m2
3.953,11
609,40
Vanaf 1987
> 252 m2
3138,73
554,16
HOOFDSTUK 6
Artikel 6.5
Hoe kent het college de voorziening toe?
Onderdeel van Verordening Onderwijsvoorzieningen van de gemeente Ede