Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2012

1.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, wordt geheven per perceel. 2.. De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, wordt geheven per perceel, naar: het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd en; de grootte van het afvoerend oppervlak van het perceel. 3.. Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd en/of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle kalendermaand gerekend. 4.. Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie, moet die pompinstallatie zijn voorzien van een: watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt grondwater kan worden afgelezen, of bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt grondwater geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling. 5.. De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt leidingwater of grondwater wordt verminderd met de hoeveelheid die niet als water is afgevoerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel