**1..** De belasting wordt geheven:
ter zake van het gebruik van de gemeentelijke riolering voor een
hoeveelheid afvalwater van 1 tot en met 250 kubieke meters die
vanuit het perceel wordt afgevoerd via de gemeentelijk riolering
(hierna: rioolheffing 1);
ter zake ter zake van het gebruik van de gemeentelijke riolering
voor een hoeveelheid afvalwater uitgaande boven 250 kubieke
meters die vanuit het perceel wordt afgevoerd via de
gemeentelijke riolering (hierna: rioolheffing 2).
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid wordt de hoeveelheid afvalwater
bepaald op de wijze als bedoeld in artikel 5.
**3..** De heffing wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
afgevoerd
**4..** Als gebruiker wordt aangemerkt:
degene die naar de omstandigheden beoordeeld van het perceel al
dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
recht gebruikmaken;
gebruik maken van een perseel door de leden van een huishouden
wordt aangemerkt als gebruikmaken door het door de in artikel
231, tweelid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
aangewezen lid van dat huishouden;
gebruikmaken door degene aan wie een deel van een perceel in
gebruik is gegeven, wordt aangemerkt als gebruikmaken door
degene die dat deel in gebruik heeft gegeven;
het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig
gebruik wordt aangemerkt als gebruikmaken door degene die dat
perceel ter beschikking heeft gesteld.
Artikel 3
Belastbaar feit en belastingplicht
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2012