Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder:
a. Verordening
De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012;
b. Voorziening
Hulp bij het huishouden, zoals genoemd in artikel 1, eerste lid, sub h, van de Wet, een woonvoorziening, een vervoervoorziening of een rolstoelvoorziening;
c. Woonruimte
een woning met uitzondering van kamers die zelfstandig verhuurd worden;
een woonwagen op een standplaats als bedoeld in de Woning- en Huisvestingswet;
een woonschip op een ligplaats, zijnde een woonschip en een ligplaats als bedoeld in de Huisvestingswet;
een verblijf van een binnenschip;
d. Woonvoorziening
Elke voorziening die verband houdt met een maatregel die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een aanvrager bij het normale gebruik van zijn woonruimte ondervindt, met dien verstande dat bij ingrepen van bouwkundige of woontechnische aard in of aan de woonruimte een voorziening slechts dan als woonvoorziening wordt aangemerkt indien zij:
is gericht op het opheffen of verminderen van ergonomische beperkingen; of
een uitraasruimte betreft;
e. Vervoervoorziening
Een voorziening die gericht is op het opheffen of verminderen van beperkingen die een aanvrager bij het zich lokaal verplaatsen ondervindt;
f. Rolstoelvoorziening
Een voorziening die kan bestaan uit:
een rolstoel voor verplaatsing binnen de woonruimte, dan wel voor verplaatsing in en rondom de woning;
een aanpassing aan de rolstoel;
onderhoud of reparatie van de rolstoel;
een sportrolstoel en onderhoud of reparatie van de sportrolstoel;
g. Ergonomische belemmering
Een bouwkundige of woontechnische belemmering, die aantoonbaar in de weg staat bij het normale gebruik van de woonruimte en die rechtstreeks ondervonden wordt als gevolg van lichamelijke functionele beperkingen van de belanghebbende. Eén en ander voor zover de belemmering niet voortvloeit uit de aard van de gebruikte materialen;
h. Gemeenschappelijke ruimte(n)
Gedeelte(n) van een woongebouw, niet behorende tot de onderscheiden woonruimten,
bestemd en noodzakelijk om de woning van de aanvrager vanaf de toegang van het
woongebouw te bereiken; i. Wet
De Wet maatschappelijke ondersteuning;
j. Instelling
Een instelling als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ);
k. Peiljaar
Het tweede kalenderjaar, voorafgaande aan het jaar waarin de maatschappelijke
ondersteuning, het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming
daarvoor is verleend;
l. Collectief Vraagafhankelijk Vervoer regio Holland Rijnland (CVV)
Het openbaar vervoerssysteem voor de regio Holland Rijnland dat op verzoek van de passagier het vervoer regelt van deur tot deur;
m. Regio Holland Rijnland
De samenwerkingsregio van 15 gemeenten , met als grote gemeenten Leiden, Katwijk en Alphen aan den Rijn.
n. Strippentarief
Het tarief per zone openbaar vervoer conform de (gewezen) nationale strippenkaart;
o. Eigen auto
De auto die op naam staat van de aanvrager dan wel zijn of haar partner, waarbij minimaal één van beiden in het bezit is van een geldig rijbewijs;
p. Vervoer door derden
Vervoer per auto van de persoon met beperkingen door particulieren, niet zijnde de persoon met beperkingen zelf;
q. (Pleeg)ouder
Verzorgende die voor het eigen kind, aangehuwde kind of pleegkind kinderbijslag op
grond van de Algemene Kinderbijslag wet ontvangt;
r. Vervoerswaarde
Het aantal kilometers per kalenderjaar dat de aanvrager met de tegemoetkoming kan reizen en waarop de berekening van de hoogte van de vervoersvoorzieningen zoveel mogelijk is afgestemd;
s Echtgeno(o)t(e)
Een echtgeno(o)t(e) zoals bedoeld in artikel 1, tweede en derde lid, van de Wet;
t. Aanvrager
Degene voor wie een voorziening is of wordt aangevraagd, hetzij door
hem of haar zelf, hetzij door zijn of haar gemachtigde.
Hoofdstuk 2 Algemene bepalingen