Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5.7

Artikel 5.7

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012

Woonwagen Een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen wordt slechts verstrekt indien: de woonwagen niet ouder dan tien jaar is en nog een technische levensduur heeft van minimaal vijf jaar; de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt; de woonwagen in de gemeente op de standplaats stond ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening; en de hoofdbewoner van de woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als bedoeld in de Huisvestingswet. Artikel 5.8 Woonschip Een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonschip wordt slechts verstrekt indien: het woonschip niet ouder dan tien jaar is en nog een technische levensduur heeft van minimaal vijf jaar; het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen. Artikel 5.9 Binnenschip Een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een binnenschip wordt slechts verstrekt indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel V, van het Binnenschepenbesluit, van een binnenschip, dat: in het register, bedoeld in artikel 783 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, als zodanig te boek is gesteld op de wijze omschreven in de Maatregel te boek gestelde schepen 1992; en bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor het vervoer van goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in het Metingbesluit binnenvaartuigen 1978 een laadvermogen van tenminste vijftien ton hebbend, hetzij voor het vervoer van meer dan twaalf personen buiten de in de aanhef bedoelde. Artikel 5.10 Woningsanering Een financiële tegemoetkoming in de kosten voor woningsanering als bedoeld in artikel 5.3, sub d, van de Verordening wordt verstrekt, indien: de noodzaak hiertoe, vanwege caraklachten in verband met een allergie voor huisstof of huisstofmijt, is vastgesteld; er bij de aanschaf van de huidige vloer- en raambedekking geen sprake was van een (verwachte) noodzaak tot woningsanering; niet eerder voor de aanvrager op grond van de Wet of een andere regeling de huidige woning is gesaneerd; de woningsanering niet heeft plaatsgevonden voordat het college op de aanvraag heeft beschikt; en de woningsanering is aangevraagd binnen één jaar nadat voor de eerste maal een allergie voor huisstofmijt is vastgesteld. 2.Voor de vergoeding van de kosten van vloer- en raambedekking in het kader van woningsanering worden maximaal de daarvoor geldende NIBUD-normen toegepast. Artikel 5.11 Kosten van onderhoud, keuring en reparatie 1. Voor het verstrekken van een financiële tegemoetkoming in verband met onderhoud, keuring en reparatie, als bedoeld in artikel 5.3, sub e1, van de Verordening geldt dat alleen de werkelijk gemaakte kosten, tot een maximum van de in het tweede en derde lid vermelde bedragen, van onderhoud, keuring en reparatie van de volgende onderdelen voor een vergoeding in aanmerking komen: stoelliften; rolstoel- of plateauliften; woonhuisliften; hefplateauliften; balansliften; de mechanische inrichting voor het verstellen van een in hoogte verstelbaar keukenblok, bad of wastafel; elektromechanische opening- en sluitingsmechanismen van deuren. De maximale vergoeding voor kosten van onderhoud van diverse soorten liften in woningen wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel: Door gemeente gecontracteerde leveranciers Overige leveranciers Standaard onderhoudscontract Meerjarig contract (kosten per jaar) Stoellift € 90,00 € 70,00 € 150,00 Rolstoelplateaulift € 225,00 € 150,00 € 225,00 Sta-plateaulift € 225,00 € 150,00 € 225,00 Woonhuislift € 670,00 2 x per jaar € 450,00 € 670,00 2 x per jaar De in deze tabel genoemde maximale bijdragen zijn één maal per jaar declarabel. De bijdrage voor de woonhuislift is voor twee maal onderhoud per jaar. De maximale toeslagen op de bovenvermelde tarieven betreffende onderhoud zijn: 50% voor installaties geplaatst buiten de woning; 50% voor installaties die meer dan één verdieping overbruggen; 50% voor installaties, uitgevoerd met elektrisch aangedreven plateaus en/of afrijdbeveiliging respectievelijk elektrisch wegklapbare raildelen. 3.De maximale vergoeding voor kosten van afzonderlijke keuring van diverse soorten liften in woningen wordt bepaald aan de hand van onderstaande tabel: Liftinstituut Frequentie Stoellift € 82,00 1 x per 4 jaar Rolstoelplateaulift € 109,00 1 x per 4 jaar Sta-plateaulift € 109,00 1 x per 4 jaar Woonhuislift € 175,00 1 x per 1,5 jaar Artikel 5.12 Kosten in verband met tijdelijke huisvesting Een financiële tegemoetkoming in de noodzakelijk geachte kosten van tijdelijke huisvesting die door de aanvrager worden gemaakt in verband met het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de door de aanvrager nog te betrekken woonruimte kan alleen worden verstrekt voor de periode dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de woonruimteaanpassing niet bewoond kan worden en de aanvrager dubbele woonlasten heeft. Een financiële tegemoetkoming in verband met tijdelijke huisvesting wordt alleen verstrekt als de aanvrager redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou hebben. De termijn gedurende welke een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, bedraagt ten hoogste zes maanden. In de in het eerste lid bedoelde gevallen kan alleen een financiële tegemoetkoming worden verstrekt als deze kosten worden gemaakt in verband met: tijdelijk betrekken van een woonruimte; langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. Artikel 5.13 Kosten in verband met huurderving 1. Een financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving als bedoeld in artikel 5.3, sub e3, van de Verordening, kan worden verstrekt, indien ten gevolge van de huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte sprake is van verlies van huurinkomsten. 2. De termijn gedurende welke een financiële tegemoetkoming in de kosten van huurderving als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, bedraagt ten hoogste zes maanden. 3.De hoogte van de financiële tegemoetkoming is gelijk aan de noodzakelijk te maken huurkosten met een maximum gelijk aan de restwaarde van de aangebrachte woonvoorzieningen. Artikel 5.14 Het verwijderen van woonvoorzieningen Een financiële tegemoetkoming in de kosten van verwijdering van een woonruimteaanpassing als bedoeld in artikel 5.3, sub e4, van de Verordening, kan worden verstrekt, indien de woonruimte in de huidige staat niet opnieuw verhuurbaar is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel