Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 16

Restitutie vermogensvorming

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Veenendaal

1.. De subsidieontvanger is een vergoeding aan de gemeente verschuldigd voor zover het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, indien sprake is van de in artikel 4:41, tweede lid Awb genoemde gevallen. 2.. Indien de subsidieontvanger zijn inkomsten geheel of in overwegende mate ontleent aan de subsidie is hij de maximale vergoeding aan de gemeente verschuldigd. 3.. Indien het tweede lid niet van toepassing is, wordt de hoogte van de vergoeding bepaald naar evenredigheid van de hoogte van het subsidiebedrag op het totaal van de inkomsten. 4.. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat in geval van ontvangst van schadevergoeding wordt uitgegaan van het bedrag dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger wordt ontvangen. 5.. Indien het onroerende zaken betreft, geschiedt de waardebepaling door een door het college in overleg met de subsidieontvanger aangewezen onafhankelijke deskundige. 6.. Bij het vervreemden van eigendommen die met subsidie van de gemeente zijn verkregen of in stand gehouden, dient een eventueel voordelig verschil tussen boekwaarde en de op het moment van de vervreemding geldende marktwaarde ten gunste van het resultaat te worden gebracht.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel