Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Verordening speelautomatenhallen gemeente Aa en Hunze 2004

In deze verordening wordt verstaan onder: de wet : de Wet op de kansspelen; speelautomatenbesluit : Speelautomatenbesluit 2000; speelautomaat : een toestel, ingericht voor de beoefening van een spel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot de middellijke of onmiddellijke uitkering van prijzen of premies, daaronder begrepen het recht om gratis verder te spelen; behendigheidsautomaat : een speelautomaat waarvan het spelresultaat uitsluitend kan leiden tot een verlengde speelduur of het recht op gratis spellen, en het proces, ook nadat het in werking is gesteld, door de speler kan worden beïnvloed en het geheel of vrijwel geheel van zijn inzicht en behendigheid bij het gebruik van de daartoe geboden middelen afhangt of en in welke mate de speelduur verlengd of het recht op gratis spellen verkregen wordt; kansspeelautomaat : een speelautomaat die geen behendigheidsautomaat is; aanwezigheidsvergunning : de in artikel 30b eerste lid van de wet bedoelde vergunning voor het aanwezig hebben van speelautomaten; exploitatievergunning : de in artikel 30h eerste lid van de wet bedoelde vergunning voor het exploiteren van een of meer speelautomaten; inrichting : inrichtingen als bedoeld in artikel 30c eerste lid van de wet; ondernemer : de natuurlijke of rechtspersoon die de inrichting exploiteert; bedrijfsleider : degene die algemene leiding geeft aan een onderneming/inrichting; beheerder : degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; speelautomatenhal : een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid onder c van de wet; openbare weg : alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; gebouw: : elk bouwwerk dat een voor personen of dieren toegankelijke overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; hoogdrempelige inrichting : een inrichting waar een bedrijf of werkzaamheid wordt uitgeoefend als bedoeld in artikel 3 eerste lid onder a of c van de Drank- en Horecawet, waarvoor ingevolge die wet vergunning is verleend en deze nog van kracht is en waar het café- of restaurantbezoek op zichzelf staat en waar geen andere activiteiten plaatsvinden waaraan een zelfstandige betekenis kan worden toegekend, en waarvan de activiteiten in belangrijke mate gericht zijn op personen van 18 jaar en ouder; laagdrempelige inrichting : een inrichting die geen hoogdrempelige inrichting is, en waarvoor ingevolge artikel 3 eerste lid onder a of c van de Drank- en Horecawet vergunning is verleend en deze nog van kracht is, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en ingeschreven is bij het Bedrijfsschap Horeca.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel