De vice voorzitter van de raad bepaalt de volgorde waarin de onderwerpen tijdens het vragenuur aan de orde worden gesteld.
De vragensteller wordt voor ten hoogste twee minuten het woord verleend om aan een of meer wethouders vragen te stellen en een toelichting te geven. De wethouder of -indien de vragen aan meer wethouders gericht zijn- het college van burgemeester en wethouders gezamenlijk wordt voor ten hoogste vijf minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden. Interrupties door de vragensteller zijn toegestaan na drie minuten.
De vragensteller krijgt na de beantwoording het woord voor ten hoogste één minuut om hetzij aan een wethouder, hetzij aan een raadslid aanvullende vragen te stellen. Aan ieder tot wie vragen zijn gericht, wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleen om de vragen te beantwoorden.
Vervolgens kan de vice voorzitter van de raad aan andere raadsleden, ieder voor ten hoogste één minuut, het woord verlenen om vragen te stellen over hetzelfde onderwerp. Aan ieder tot wie vragen zijn gericht, wordt voor ten hoogste drie minuten het woord verleend om de vragen te beantwoorden.
Afgezien van de bevoegdheid bedoeld in het tweede lid, worden tijdens het vragenuur geen interrupties toegelaten.
Hoofdstuk
Artikel 46
Verloop vragenuur
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad