Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.5

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen gemeente Son en Breugel 2012

1. Een voorziening kan slechts worden toegekend indien de ondersteuningsvrager door zijn beperking niet in staat is het openbaar vervoer te bereiken of te gebruiken. 2. De in artikel 5.1 lid 2 onder a en lid 4 onder a tot en met d genoemde voorzieningen worden niet toegekend indien het (gezamenlijk) inkomen van de ondersteuningsvrager hoger is dan een door burgemeester en wethouders te bepalen grens. 3. Bij de verlening van de voorzieningen genoemd in artikel 5.1 lid 2 onder a en lid 4 onder a tot en met d kan rekening worden gehouden met: a. de individuele vervoersbehoefte van de ondersteuningsvrager; b. de mate waarin de voorziening genoemd in artikel 5.1 lid 2 onder c en d en lid 3 onder b en c in de individuele vervoersbehoefte kan voorzien; en c. de mate waarin de vervoersbehoeften van partners samenvallen. 4. Met ingang van 1 maart 2012 wordt de inkomensgrens voor een collectieve vervoersvoorziening (CVV) genoemd in artikel 5.1 lid 1 en lid 2 onder a gewijzigd. De inkomensgrens wordt in het Biv nader uitgewerkt. 5. De inkomensgrens voor een vervoersvoorziening bedoeld in artikel 5.1 lid 2 b tot en met d, lid 3 en lid 4 wordt vastgesteld op 1,5 keer het norminkomen. 6. Burgemeester en wethouders kunnen de in artikel 5.1 onder 2 sub c en d genoemde voorzieningen beëindigen indien sprake is van kennelijk onvoldoende of ondeskundig gebruik.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel