De commissie kan omtrent het in de vergadering behandelde en
omtrent de inhoud van de stukken, die aan haar zijn of worden
voorgelegd, geheimhouding opleggen.
De ingevolge het eerste lid opgelegde geheimhouding wordt zowel
door degenen, die bij de behandeling tegenwoordig waren alsmede
door hen, die op andere wijze van het behandelde en van de
stukken kennis nemen, inachtgenomen totdat de commissie de
geheimhouding opheft.
In geval de voorzitter bezwaar heeft tegen een besluit tot
opheffing van de geheimhouding verzoekt hij het college van
burgemeester en wethouders hieromtrent een beslissing te
nemen.
Het college van burgemeester en wethouders beslist binnen 14
dagen over een verzoek, als bedoeld in het derde lid van dit
artikel.
Bij toepassing van het derde lid, blijft de verplichting tot
geheimhouding van kracht, tot het tijdstip waarop het college
van burgemeester en wethouders een beslissing neemt.
De voorzitter van de commissie kan omtrent de inhoud van de
stukken voorlopige geheimhouding opleggen. Bij toezending van of
overhandiging van de stukken wordt dit aan de leden kenbaar
gemaakt.
De verplichting tot voorlopige geheimhouding vervalt, indien zij
niet in de eerstvolgende vergadering, waarin het volgens artikel 10 vereiste aantal leden
aanwezig is, door de commissie wordt bekrachtigd.
Hoofdstuk
Artikel 13
Artikel 13
Onderdeel van Verordening Bestuurscommissie ex art. 83 inzake samenwerkingsschool Gieterveen 2004