Het college is bevoegd om een lid van de commissie , dat naar
zijn oordeel in ernstige mate door handelen of nalaten afbreuk
doet aan het functioneren van de commissie, te schorsen.
Een besluit tot schorsing, als bedoeld in het eerste lid, wordt
onmiddellijk aan het oordeel van de raad onderworpen.
Een door de raad uit zijn midden aan te wijzen delegatie hoort
het lid van de commissie, dat is geschorst, en de commissie
waarvan hij lid is.
De raad regelt in een besluit de gevolgen van de
beslissing.
De raad kan een lid van de commissie ontslaan indien deze door
handelen of nalaten in zeer ernstige mate afbreuk doet aan het
functioneren van de commissie. Alvorens een dergelijk besluit te
nemen hoort een door de raad uit zijn midden aan te wijzen
delegatie het lid dat wordt ontslagen en de commissie waarvan
hij lid is.
Hoofdstuk
Artikel 19
Artikel 19
Onderdeel van Verordening Bestuurscommissie ex art. 83 inzake samenwerkingsschool Gieterveen 2004