• - De benoeming van de leden in de commissie en hun plaatsvervangers geschiedt voor een periode van maximaal vier jaar en is gelijk aan de zittingsperiode van de raad.
  • - Het lidmaatschap van de commissie eindigt:
    • - op eigen verzoek;
    • - bij verlies van de hoedanigheid, op grond waarvan men is benoemd;
    • - bij verlies van de hoedanigheid, op grond waarvan men is benoemd;
    • - vervallenverklaring van het lidmaatschap op grond van artikel 3 zevende lid van deze verordening inzake verboden handelingen.
  • - In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien overeenkomstig hetgeen in deze verordening is bepaald omtrent benoeming.
  • - Behoudens het geval, dat toepassing is gegeven aan artikel 3 zevende lid van deze verordening inzake vervallenverklaring lidmaatschap, blijven de leden hun functie vervullen totdat hun opvolgers zijn benoemd.
  • - Herbenoeming van de leden, genoemd in artikel 3 eerste en tweede lid, voor een aaneengesloten zittingsperiode van de commissie is slechts eenmaal mogelijk.
  • - Het rooster van aftreden voor de leden, genoemd in artikel 3 eerste en tweede lid wordt dusdanig door de commissie samengesteld dat de helft van deze leden niet in aanmerking kan komen voor herbenoeming.