De benoeming van de leden in de commissie en hun
plaatsvervangers geschiedt voor een periode van maximaal vier
jaar en is gelijk aan de zittingsperiode van de raad.
Het lidmaatschap van de commissie eindigt:
op eigen verzoek;
bij verlies van de hoedanigheid, op grond waarvan men is
benoemd;
bij verlies van de hoedanigheid, op grond waarvan men is
benoemd;
vervallenverklaring van het lidmaatschap op grond van
artikel 3 zevende
lid van deze verordening inzake verboden
handelingen.
In een vacature wordt zo spoedig mogelijk voorzien
overeenkomstig hetgeen in deze verordening is bepaald omtrent
benoeming.
Behoudens het geval, dat toepassing is gegeven aan artikel 3 zevende lid van deze
verordening inzake vervallenverklaring lidmaatschap, blijven de
leden hun functie vervullen totdat hun opvolgers zijn
benoemd.
Herbenoeming van de leden, genoemd in artikel 3 eerste en tweede lid, voor een
aaneengesloten zittingsperiode van de commissie is slechts
eenmaal mogelijk.
Het rooster van aftreden voor de leden, genoemd in artikel 3 eerste en tweede lid
wordt dusdanig door de commissie samengesteld dat de helft van
deze leden niet in aanmerking kan komen voor herbenoeming.
Hoofdstuk
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Verordening Bestuurscommissie ex art. 83 inzake samenwerkingsschool Gieterveen 2004