Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 12.

Het verzoek om schadevergoeding.

Onderdeel van Regeling nadeelcompensatie voor werkzaamheden aan de weg

1.. Het verzoek wordt ondertekend en bevat tenminste: de naam en adres van de verzoeker; de dagtekening; een aanduiding van het handelen, dat de gestelde schade naar het oordeel van verzoeker veroorzaakt; een vermelding van de reden of redenen waarom burgemeester en wethouders gehouden zouden zijn de schade te vergoeden, die het gevolg is van het onder c aangeduide handelen; zo redelijkerwijze mogelijk een opgave van de aard en de omvang van de schade; zo redelijkerwijs mogelijk een specificatie van het bedrag van de schade; een omschrijving van de wijze waarop de schade naar het oordeel van de verzoeker dient te worden vergoedt en, zo een vergoeding in geld wordt gewenst, een opgave van het schadebedrag, dat naar het oordeel van de verzoeker vergoed dient te worden. 2.. Burgemeester en wethouders bevestigen de ontvangst van het verzoek zo spoedig mogelijk, doch tenminste binnen twee weken na ontvangst ervan, en stellen de verzoeker in kennis van de te volgen procedure. 3.. Indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet of onvoldoende is voldaan aan het bepaalde in het eerste lid, of indien de verzoeker overigens verzuimt de gegevens en de bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen te verschaffen, stellen burgemeester en wethouders de verzoeker in de gelegenheid het verzuim te herstellen binnen een door hen te stellen termijn.

Rechtspraak bij dit artikel