Het recht wordt geheven naar het aantal kubieke meters afvalwater
dat vanuit het eigendom wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters afvalwater wordt gesteld op het aantal
kubieke meters water dat in de laatste aan het einde van het
belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het eigendom is
toegevoerd of is opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
gerekend.
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest,
kan worden afgelezen.
eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere
wettelijke bepaling.
De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
opgepompt water wordt verminderd met de aantoonbare hoeveelheid
water die niet als afvalwater is afgevoerd.
Indien voor de in artikel
2 bedoelde eigendommen niet de hoeveelheid afvalwater
kan worden vastgesteld zoals hiervoor omschreven, zullen
burgemeester en wethouders:
voor tot woning dan wel tot recreatiewoning dienende
eigendommen, de hoeveelheid afvalwater bepalen op 75 m³
;
voor gebruikers van niet tot woning dienende eigendommen de
verdeelsleutel hanteren zoals deze door de respectievelijke
gebruikers wordt gebruikt voor de onderlinge verdeling van
de waternorm van de NV Waterleidingmaatschappij Drenthe en
bij het ontbreken van een dergelijke regeling overgaan tot
een zo reëel mogelijke verdeling op basis van de beschikbare
gegevens.