Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager.
Verstrekking in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt niet plaats als:
er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat de aanvrager zonder hulp niet in staat is tot een verantwoorde besteding van het persoonsgebonden budget en (professionele) hulp niet beschikbaar is;
er sprake is van de verstrekking van een voorziening voor huishoudelijke verzorging bij een hulpvraag die naar verwachting niet langer zal duren dan drie maanden;
als uit onderzoek is gebleken dat de aanvrager een eerder persoonsgebonden budget niet in overeenstemming met doel en/of bestemming heeft ingezet;
op grond van de progressiviteit van het ziektebeeld de aangevraagde voorziening zo snel weer door een aangepaste voorziening vervangen moet worden dat deze verstrekking zich daardoor niet leent voor een persoonsgebonden budget.
Er wordt geen persoonsgebonden budget verstrekt voor het collectief vraagafhankelijk vervoer.
Er wordt in beginsel geen persoonsgebonden budget verstrekt voor een woonvoorziening in de vorm van een traplift.
Voor een sportvoorziening wordt uitsluitend een financiële tegemoetkoming verstrekt.
Het persoonsgebonden budget voor een eenmalige voorziening wordt door de budgethouder na aanschaf van of besteding aan de voorziening aan het college verantwoordt door, voor zover van toepassing, het inleveren van:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening.
binnen 2 maanden na aanschaf van de voorziening dan wel binnen 2 maanden na afloop van de geldigheid van de beschikking.
De verantwoording van het persoonsgebonden budget voor een periodieke voorziening door de budgethouder aan het College vindt steekproefsgewijs plaats. De steekproef heeft minimaal een omvang van 20% van de verstrekte persoonsgebonden budgetten. De besteding van het persoonsgebonden budget wordt door de budgethouder verantwoord door het inleveren van:
de nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
een betalingsbewijs van de aangeschafte voorziening;
een overzicht van de budgetadministratie.
binnen 2 maanden na afloop van ieder kalenderjaar als het persoonsgebonden budget verstrekt is voor huishoudelijke verzorging of binnen 2 maanden na afloop van de beschikking.
Tot maximaal vijf jaar na besteding van het persoonsgebonden budget, moet de budgethouder rekening houden met controle door het college naar de besteding van het persoonsgebonden budget en moet de budgethouder hiervoor van belang zijnde stukken beschikbaar houden.
Na ontvangst van de in het zesde of zevende lid genoemde bewijsstukken besluit het college tot voortzetten, wijzigen of intrekken van het persoonsgebonden budget, of tot het geheel of gedeeltelijk terugvorderen of verrekenen van het verstrekte persoonsgebonden budget.
Na verzending van de beschikking wordt het persoonsgebonden budget overgemaakt door storting op het rekeningnummer van de aanvrager.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.1
Regels rond verstrekking en verantwoording
Onderdeel van Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Brummen 2012