De hoogte van een door het college van burgemeester en wethouders te verlenen financiële tegemoetkoming voor vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 23 lid 2 en artikel 25 lid 1 onder b van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2009 is een forfaitaire (gemaximeerde) vergoeding. Voor de vaststelling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de volgende normbedragen:
de vergoeding zoals bedoeld in artikel 23 lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2009 is het bedrag dat gelijk staat aan de kostprijs die de gemeente betaalt voor de vervoerspas en bedraagt € 462,--;
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een eigen auto geldt een normbedrag van € 585;
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een bruikleenauto geldt een bedrag van € 135 (benzine handgeschakeld) en € 165,-- (diesel, benzine automatische transmissie);
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een taxi geldt een normbedrag van € 3.610,--;
voor de tegemoetkoming in de kosten van het gebruik van een rolstoeltaxi geldt een normbedrag van € 4.496,--.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Hoogte financiële tegemoetkomingen in de kosten van vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Aa en Hunze 2009