Naar hoofdinhoud
1.. Indien op basis van het onderzoek als bedoeld in artikel 2 of op basis van het advies van het Bureau BIBOB tot de conclusie wordt gekomen dat geen sprake is van ernstige mate van gevaar als bedoeld in artikel 3 van de Wet BIBOB, wordt de vergunning verleend. 2.. Indien uit het onderzoek of het advies volgt dat sprake is van enige mate van gevaar, worden de aanvrager en eventuele belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Op basis van alle informatie wordt dan afgewogen of tot verlening van een vergunning, eventueel onder voorwaarden, of tot een weigering moet worden overgegaan. 3.. Indien uit het onderzoek of het advies volgt dat sprake is van ernstige mate van gevaar, worden de aanvrager en eventuele belanghebbenden in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen. Slechts indien een weigering onevenredig zou zijn in verhouding tot de mate van het gevaar en/of de ernst van de strafbare feiten, kan van een weigering worden afgezien. 4.. Indien reeds een vergunning is verleend aan een persoon jegens wie de officier van justitie heeft gewezen op de wenselijkheid van een advies, zijn het eerste, tweede en derde lid van overeenkomstige toepassing op de intrekking van de vergunning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel