In deze verordening wordt verstaan onder:
afstand van de gronden aan de gemeente:
eigendomsoverdracht van gronden aan de gemeente.
exploitant: de eigenaar, erfpachter
of rechthebbende wiens in het exploitatiegebied gelegen
onroerende zaak in exploitatie wordt gebracht;
exploitatiegebied: het als zodanig door de gemeenteraad
aangewezen gebied, dat gebaat wordt door de te treffen
voorzieningen van openbaar nut;
exploitatie-opzet: een gedetailleerde, in eerste
instantie voorcalculatorische, en lopende het
exploitatieproces telkens bij te houden berekening van
de baten en lasten in de grondexploitatie, op basis
waarvan de begroting wordt vastgesteld die behoort bij
het bekostigingsbesluit en op basis waarvan een
exploitatiebijdrage wordt berekend;
exploitatie-overeenkomst: de overeenkomst, onder welke
naam dan ook gesloten, waarin de gemeente met de
exploitant de voorwaarden overeenkomt waaronder zij
onroerende zaken in het exploitatiegebied in exploitatie
brengt of daaraan medewerking verleent;
grondexploitatie: De door de gemeente vastgelegde en
dynamisch bij te houden financieel-economische
onderbouwing en verantwoording van de ontwikkeling en
realisatie van het exploitatiegebied, waarin alle baten
en lasten, investeringen en opbrengsten ten opzichte van
elkaar worden verrekend en waaruit eerst
voorcalculatorisch en uiteindelijk definitief een
exploitatieresultaat kan worden berekend.
- (medewerking verlenen aan) in exploitatie brengen: het
(medewerking verlenen aan het) treffen van voorzieningen
van openbaar nut waardoor onroerende zaken die in het
exploitatiegebied liggen gebaat worden, dat wil zeggen
geschikt of beter geschikt voor bebouwing worden, dan
wel anderszins in een voordeliger positie komen te
verkeren;
(treffen van) voorzieningen van openbaar nut: (het
verrichten van) onder andere de in lid 2 vermelde werken
en werkzaamheden binnen een exploitatiegebied, alsmede
het verrichten daarvan buiten het exploitatiegebied voor
zover deze werken direct dan wel indirect profijt
opleveren voor de binnen het exploitatiegebied liggende
onroerende zaken.
De volgende werken en werkzaamheden worden tenminste beschouwd
als voorzieningen van openbaar nut in de zin van deze
verordening:
het dempen van sloten en verrichten van grondwerk met
inbegrip van het egaliseren, ophogen en afgraven van
percelen;
de aanleg, vernieuwing en wijziging van riolering, met
inbegrip van het realiseren van de daarbij behorende
werken, alsmede waterhuishoudkundige werken zoals
drainage;
het realiseren van alle weg- en waterbouwkundige werken,
waaronder wegen, parkeervoorzieningen, pleinen,
trottoirs, voet- en rijwielpaden, straatmeubilair,
alsmede waterpartijen, watergangen, drainages, bruggen,
tunnels, viaducten en alle andere rechtstreeks met de
aanleg daarvan verband houdende werken;
de aanleg van plantsoenen en andere groenvoorzienigen,
waaronder begrepen de aanleg en inrichting van openbare
speelplaatsen en speelweiden alsmede de sierende
elementen welke rechtstreeks voortvloeien uit een juiste
uitvoering van een verzorgd bestemmingsplan;
de plaatsing van openbare verlichting, verkeers- en
andere borden, verkeersregelinstallaties en brandkranen
met de nodige aansluitingen;
het verrichten van bodemonderzoek en -sanering van de
ondergrond van openbare voorzieningen, voor zover die
niet op andere wijze verhaald of gesubsidieerd kunnen
worden;
het treffen van milieutechnisch en ecologisch
noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter
uitvoering van een bestemmingsplan, waaronder
geluidsvoorzieningen en noodzakelijke verplaatsing van
milieuhinderlijke bedrijven buiten het
exploitatiegebied;
de verwerving van de ondergrond van openbare
voorzieningen;
het slopen van opstallen op, in of boven de ondergrond
van voorzieningen van openbaar nut;
alle overige werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor
een doeltreffende aanleg van voorzieningen van openbaar
nut.
Voorzieningen van openbaar nut worden door de gemeente
aangelegd, tenzij de aanleg behoort tot de taken van een ander
overheidslichaam, of de gemeenteraad uitdrukkelijk heeft
ingestemd met gehele of gedeeltelijke aanleg door de
exploitant.
gemeenteraad neemt geen besluit om aanleg door de exploitant toe
te staan dan nadat gebleken is, dat een kwalitatief goede
uitvoering zowel feitelijk als financieel is gewaarborgd,
daartoe voldoende garantie is gesteld, de door de gemeente
noodzakelijk geachte regierol voldoende kan worden gevoerd en
ook overigens geen zwaarwegende of beleidsmatige belemmeringen
voor een zodanige werkwijze bestaan. De gemeente kan besluiten
om de openbare voorzieningen in samenwerking met een marktpartij
te ontwikkelen en realiseren, in welk geval de gemeente kan
besluiten de regierol in samenwerking met die marktpartij te
voeren, of door die marktpartij te laten voeren.
Hoofdstuk
Artikel 1.
Algemene begripsbepalingen
Onderdeel van Exploitatieverordening gemeente Aa en Hunze 2001