**1.** Bijstandsverlening om niet kan aan de
orde zijn als de aanvrager lange tijd geen mogelijkheden heeft gehad
om voor de kosten te reserveren, voor langere tijd geen
mogelijkheden heeft om terug te betalen in verband met overige
verplichtingen of een lening / borgtocht een te zware belasting zou
betekenen.
**2.** Bij een inkomen op maximaal de voor betrokkene geldende
uitkeringsnorm gedurende een aaneengesloten periode van 3 jaar wordt
het niet meer wenselijk geacht te reserveren voor of af te lossen op
een lening voor duurzame gebruiksgoederen. Na genoemde periode kan
dan bijstand om niet verstrekt worden voor duurzame
gebruiksgoederen. Toetsing vindt plaats op individuele gronden
(maatwerkprincipe).
**3.** Bijstand om niet voor duurzame gebruiksgoederen kan alleen verstrekt
worden voor de navolgende goederen:- wasmachine;- koelkast;-
kooktoestel;- bedmatras;- stofzuiger.Niet genoemde duurzame
gebruiksgoederen komen dus in het algemeen niet voor
bijzonderebijstandsverlening in aanmerking. Individualisering blijft
altijd mogelijk.
**4.** Een aan belanghebbende toegekende langdurigheidstoeslag wordt
daarbij niet aangemerkt als een voorliggende voorziening.
**5.** Indien een geldlening wordt verstrekt stemt het college het
aflossingsbedrag en de duur van de aflossing mede af op
omstandigheden, mogelijkheden en middelen van belanghebbende,
alsmede het betoonde besef van verantwoordelijkheid voor de
voorziening in het bestaan. Tenzij het voorgaande aanleiding geeft
tot een afwijkende vaststelling wordt het aflossingsbedrag bepaald
op de som van:
de vastgestelde minimale aflossingscapaciteit op basis van
de geldende bijstandsnorm inclusief vakantiegeld, per
gezinssamenstelling, afgerond op hele veelvouden van € 1,00
en;
50% van het meerinkomen.
De aflossingscapaciteit bedraagt:- 7 % voor een alleenstaande;- 10 %
voor een alleenstaande met woonvoordelen;- 4 % voor een
alleenstaande ouder;- 10 % voor een alleenstaande ouder met
woonvoordelen;- 4 % voor gehuwden of samenwonenden met een
gezamenlijke huishouding met kinderen;- 7 % voor gehuwden of
samenwonenden met een gezamenlijke huishouding zonder kinderen;- 10
% voor gehuwden of samenwonenden met een gezamenlijke huishouding
met woon- voordelen.
**6.** Het aflossingsbedrag wordt herzien, indien wijziging in de
financiële omstandigheden van belanghebbende daartoe aanleiding
geeft.
**7.** Indien de bijstand wordt verstrekt in de vorm van borgtocht kan
bijstand worden verleend voor de kosten van rente en aflossing voor
zover de kosten hoger zijn dan de hierboven genoemde
aflossingsbedragen. De hoogte van de bijstand bedraagt de hoogte van
de aflossing minus de maximale aflossingscapaciteit volgens artikel
23 lid 5 van deze beleidsregels.
**8.** Als het verstrekken van een lening voor belanghebbende een te zware
belasting is, kan bijzondere bijstand om niet verstrekt worden. De
bedoelde situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als de
aflossingscapaciteit gedurende 36 maanden op grond van andere niet
verwijtbare contractuele verplichtingen wordt opgebruikt.Het doel
van deze bepaling is belanghebbende na 36 maanden weer in staat te
stellen zelf te gaan reserveren en zoveel als mogelijk schuldenvrij
te laten zijn.
**9.** Voor het verstrekken van bijstand om niet voor duurzame
gebruiksgoederen is het wenselijk een drempelbedrag in te bouwen. De
drempel in het vermogen wordt vastgesteld op een bedrag van ter
hoogte van 1,5 maal de voor belanghebbende geldende
Wwb-uitkeringsnorm, op de lopende rekening van betrokkene.Dit houdt
in dat géén bijstand om niet wordt verstrekt wanneer het totale
gezinsvermogen van belanghebbende de voor hem geldende drempel
overschrijdt. Men wordt in dat geval geacht voldoende te hebben
gereserveerd voor de aanschaf /vervanging van de duurzame
gebruiksgoederen.
Hoofdstuk 5
Artikel 23
Uitzonderingen / drie jaar of langer een minimuminkomen
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand zorg en minimabeleid 2012