Het college kan bij subsidieverlening bepalen dat de ontvanger
een egalisatiereserve mag of juist moet vormen en hoe groot deze
mag of moet zijn.
Het college kan bij subsidieverlening bepalen welk bedrag de
ontvanger jaarlijkse maximaal toevoegt aan de
egalisatiereserve.
De egalisatiereserve is niet groter dan 10% van het totaal van
de jaarlasten, minus de huurlasten of kapitaalslasten van een
eigen gebouw en storting in voorzieningen en de jaarbaten, minus
overheidssubsidies.
Het college kan een ontvanger schriftelijk toestemming geven een
grotere egalisatiereserve op te bouwen, indien ontvanger, naar
het oordeel van het college te maken heeft met buitengewone
bedrijfsrisico’s.
Als de egalisatiereserve hoger is dan het bepaalde in lid 3 of
lid 4 brengt het college het meerdere in mindering op de
subsidie voor de volgende periode.
Het college kan hier van afwijken als het in overleg met de
instelling een besteding overeenkomt, die past binnen de
subsidiabele activiteiten of producten.
Hoofdstuk
Artikel 12
Egalisatiereserve
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Gemeente Aa en Hunze 2006