• - Het college kan bij subsidieverlening bepalen dat de ontvanger een egalisatiereserve mag of juist moet vormen en hoe groot deze mag of moet zijn.
  • - Het college kan bij subsidieverlening bepalen welk bedrag de ontvanger jaarlijkse maximaal toevoegt aan de egalisatiereserve.
  • - De egalisatiereserve is niet groter dan 10% van het totaal van de jaarlasten, minus de huurlasten of kapitaalslasten van een eigen gebouw en storting in voorzieningen en de jaarbaten, minus overheidssubsidies.
  • - Het college kan een ontvanger schriftelijk toestemming geven een grotere egalisatiereserve op te bouwen, indien ontvanger, naar het oordeel van het college te maken heeft met buitengewone bedrijfsrisico’s.
  • - Als de egalisatiereserve hoger is dan het bepaalde in lid 3 of lid 4 brengt het college het meerdere in mindering op de subsidie voor de volgende periode.
  • - Het college kan hier van afwijken als het in overleg met de instelling een besteding overeenkomt, die past binnen de subsidiabele activiteiten of producten.