Uiterlijk binnen 4 maanden na afloop van het subsidietijdvak of
beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend,
dient de subsidieontvanger bij het college een aanvraag in tot
vaststelling van de subsidie.
De aanvraag tot subsidievaststelling bevat in ieder geval:
een verslag van de activiteiten. Dit verslag beschrijft
de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie
werd verleend en bevat een vergelijking tussen de
nagestreefde en de gerealiseerde doelstellingen en een
toelichting op de verschillen.
een financieel verslag. Dit verslag geeft inzicht in het
vermogen, het exploitatiesaldo, de solvabiliteit en
liquiditeit van de subsidieontvanger. Een
egalisatiereserve staat op de balans als zelfstandige
post met verantwoording. Het financieel verslag sluit
aan op de begroting waarvoor subsidie is verleend en
behelst een vergelijking met de gerealiseerde inkomsten
en uitgaven van het jaar voorafgaande aan het boekjaar.
Het financieel verslag dient voorzien te zijn van een
accountantsverklaring.
een exploitatieoverzicht met toelichting. In het
exploitatieoverzicht staan de mutaties in de
egalisatiereserve.
een accountantsverklaring, als beschreven in art. 11 lid 2 van deze verordening.
Het college kan in voorkomende gevallen bepalen dat van het
bepaalde in het eerste en tweede lid kan worden afgeweken.
Indien de subsidieontvanger niet binnen de gestelde termijn een
aanvraag tot vaststelling heeft ingediend, kan het college de
subsidie geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen.
Het college stelt binnen 8 weken na de aanvraag om vaststelling
de subsidie definitief vast.
Het college kan een verleende subsidie lager vaststellen,
indien:
de activiteiten waarvoor subsidie is verleend niet of
niet geheel hebben plaatsgevonden of zullen
plaatsvinden;
de subsidieontvanger niet heeft voldaan aan de aan de
subsidie verbonden verplichtingen;
de subsidieontvanger onjuiste of onvolledige gegevens
heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of
volledige gegevens tot een andere beschikking op de
aanvraag op subsidieverlening zou hebben
geleid;
de subsidieverlening anderszins onjuist was en de
subsidieontvanger dit wist, of behoorde te weten.
Hoofdstuk
Artikel 14
Vaststelling
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Gemeente Aa en Hunze 2006