Op investeringssubsidies zijn de bepalingen van Hoofdstuk II van
toepassing voorzover dit artikel geen afwijkende bepalingen
geeft.
Bij een aanvraag voor een investeringssubsidie moet de aanvrager
in ieder geval de volgende stukken indienen:
een kostenspecificatie of –raming van de voorgenomen
investering;
een plan voor de financiering van de investering en de
raming van de gevolgen voor de exploitatie van de
aanvrager;
een beschrijving hoe de investering past binnen het
beleid van de gemeente.
Bij de aanvraag tot vaststelling van een investeringssubsidie is
de ontvanger gehouden een accountantsverklaring in te dienen,
tenzij het college bij subsidieverlening anders bepaald
heeft.
Het college deelt een beslissing over een directe vaststelling
of een verlening van een investeringssubsidie binnen zes weken
na ontvangst van de aanvraag mee aan de aanvrager.
Het college bepaalt bij subsidieverlening dat de ontvanger van
een investeringssubsidie binnen een bepaalde termijn een
aanvraag tot vaststelling van de subsidie indient. Het college
bepaalt dan hoe de vaststelling plaatsvindt. Het college stelt
de subsidie vast binnen de toegestane subsidiabele kosten.
Hoofdstuk
Artikel 21
Toepasselijke bepalingen investeringssubsidies
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Gemeente Aa en Hunze 2006