Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.

Artikel 7.

De wijze van oplegging van de maatregel

Onderdeel van Maatregelenverordening WWB/Bbz gemeente Rijssen-Holten 2012

De maatregel wordt opgelegd met ingang van de maand waarin de bijstand nog niet is uitbetaald. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende bijstandsnorm. In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd indien sprake is van schending van de informatieplicht. Het opleggen van een maatregel met terugwerkende kracht is alleen mogelijk indien er sprake is van recht op bijstand. Indien op een later moment opnieuw recht op bijstand ontstaat, moet het college beoordelen in hoeverre de begane gedraging nog reden is om alsnog een maatregel op te leggen. Tenzij in de verordening anders is bepaald, wordt de maatregel opgelegd gedurende een kalendermaand. Een maatregel wordt voor een bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen. In afwijking van het eerste en tweede lid kan, voor zover het zelfstandigen betreft die een uitkering voor het levensonderhoud in de vorm van een geldlening op grond van het Bbz 2004 hebben ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht worden betrokken bij de definitieve vaststelling van die bijstand.

Rechtspraak bij dit artikel