De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de klager en het bestuursorgaan waarover wordt geklaagd in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen.
De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 9:10 tweede lid van de wet.
Indien de voorzitter op grond van de in het tweede lid genoemde artikel besluit van het horen af te zien, doet hij daarvan mededeling aan de klager en het bestuursorgaan waarover wordt geklaagd.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 9
Hoorzitting
Onderdeel van Reglement inzake de afhandeling van klaagschriften