De commissie zendt het rapport van bevindingen van het onderzoek naar de klacht, met het advies en eventuele aanbevelingen tijdig aan het bestuursorgaan.
Indien naar het oordeel van de voorzitter van de commissie de termijn van tien weken, als bedoeld in artikel 9:11, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht ontoereikend is voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies door de commissie en de afhandeling van de klacht door het bestuursorgaan verzoekt hij het in het eerste lid bedoelde bestuursorgaan tijdig de beslissing te verdagen.
Van een besluit tot verdaging ontvangen de commissie, klager en het bestuursorgaan, een afschrift.