**1..** De langdurigheidstoeslag bedraagt per jaar:
voor het gezin € 520,00,
voor een alleenstaande ouder € 465,00,
voor een alleenstaande € 365,00.
**2..** Voor de toepassing van het eerste lid is de situatie op de datum waartegen de langdurigheidstoeslag wordt aangevraagd bepalend.
**3..** Indien één van de gezinsleden is uitgesloten van het recht op langdurigheidstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid van de wet, waardoor slechts één van de gezinsleden recht op langdurigheidstoeslag heeft, komt dit gezinslid in aanmerking voor een langdurigheidstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
**4..** De in het eerste lid genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari aangepast met een percentage dat overeenkomt met het procentuele verschil tussen de gezinsnorm, bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet, per 1 januari van dat jaar en de gezinsnorm per 1 januari van het daar aan voorafgaande jaar.