** 1. .** Na opening van de vergadering kunnen andere aanwezige burgers gezamenlijk gedurende maximaal vijfenveertig minuten het woord voeren over geagendeerde en niet geagendeerde onderwerpen, die de betreffende commissies aangaan.
** 2. .** Het woord kan niet gevoerd worden over:
een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;
benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.
individuele aangelegenheden die alleen op de spreker betrekking hebben.
** 3. .** Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit tenminste 5 minuten voor de aanvang van de vergadering aan de commissiegriffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren.
** 4. .** De commissiegriffier deelt aan de inspreker mee hoe laat en hoe lang hij het woord kan voeren.
** 5. .** De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
** 6. .** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De commissieleden kunnen vragen stellen aan de inspreker of anderszins reageren op het gevoerde betoog.
** 7. .** De burgemeester en wethouders kunnen het woord verzoeken indien zij het noodzakelijk achten voor de correctie van weergegeven feiten. Verder nemen zij geen deel aan het gesprek tussen inspreker en commissieleden.
** 8. .** De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger.
HOOFDSTUK 4. › PARAGRAAF 2.
Artikel 17.
Spreekrecht burgers
Onderdeel van VERORDENING OP DE RAADSCOMMISSIES VOORSCHOTEN 2012