Het is verboden stoffen als bedoeld in de Regeling Bouwbesluit
brandveiligheid, (alsmede artikel ll van de Regeling tot wijziging
daarop) in, op of nabij een inrichting aanwezig te hebben.
Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor:
het voorhanden hebben van huishoudelijke en al het andere
niet-bedrijfsmatige gebruik van de in het eerste lid
bedoelde stoffen, indien dit de in bijlage 5 van de Bouwverordening aangegeven
maximum hoeveelheden niet overschrijdt;
het voorhanden hebben van de in het eerste lid bedoelde
stoffen in een inrichting waarvoor een vergunning
overeenkomstig artikel 2.1.1. is verleend;
de brandstof in een inrichting tot het bewaren, bezigen of
afleveren van vloeibare brandstoffen;
de brandstof in het reservoir bij een
verbrandingsmotor;
de brandstof in een verlichtings-, een verwarmings- of een
ander warmte-ontwikkelend toestel.
Bij het bepalen van de hoeveelheden als bedoeld in het tweede lid,
onder a, worden de inhoudsmaten van vaatwerk dat gedeeltelijk is
gevuld met een vloeistof als bedoeld in dat lid volledig
meegerekend.
Artikel 8
Verbod stoffen aanwezig te hebben
Onderdeel van Brandbeveiligingsverordening gemeente Aa en Hunze 2004