De commandant voert het bevel over de gemeentelijke brandweer en draagt hierbij ten minste zorg voor:

  • - het inzetten van de beschikbare en benodigde middelen ter uitvoering van de taken van de brandweer, zoals genoemd in de Brandweerwet 1985 en de Wet Rampen en Zware Ongevallen;
  • - het beschikbaar stellen van functionarissen ten behoeve van regionale piketfuncties;
  • - het informeren van de burgemeester bij het instellen van een Commando Team Plaats Incident (CTPI) en in andere gevallen waarin hij/zij dat nodig acht.

De commandant heeft de bevoegdheid om personen of middelen - anders dan vanuit de brandweerorganisatie - tijdelijk te werk te stellen als hij/zij dat nodig acht voor een goede bestrijding van incidenten.