Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3

De aanwijzing

Onderdeel van Erfgoedverordening Oosterhout 2012

Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de commissie voor Welstand en Monumenten, aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, de hypothecaire schuldeisers en, als om de aanwijzing is verzocht, de verzoeker. Voordat het college een kerkelijk monument aanwijst, voert zij tevens overleg met de eigenaar. Indien een aangewezen kerkelijk monument de wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening verliest, wordt het geacht te zijn aangewezen als gemeentelijk monument. Met ingang van de datum waarop de eigenaar van een monument de kennisgeving van het voornemen tot aanwijzing als gemeentelijk monument ontvangt tot het moment dat de registratie als bedoeld in artikel 6 plaatsheeft of vaststaat dat het monument niet wordt aangewezen zijn de artikelen in 9 tot en met 15 van overeenkomstige toepassing. Het college kan bepalen dat ten behoeve van de aanwijzing van een monument als gemeentelijk monument een bouwhistorisch- en/of non-destructief archeologisch onderzoek wordt verricht. De aanwijzing als gemeentelijk monument kan geen object betreffen dat onherroepelijk is aangewezen als rijksmonument op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 of als provinciaal monument op grond van de monumentenverordening van de provincie Noord-Brabant. De commissie voor Welstand en Monumenten adviseert schriftelijk binnen twaalf weken na ontvangst van het verzoek van het college. Het college beslist binnen 12 weken na ontvangst van het advies van de commissie voor Welstand en Monumenten, maar in ieder geval binnen 30 weken na de adviesaanvraag. Indien geen advies is gegeven binnen de in lid 8 genoemde termijn, betekent dit niet dat de vergunning van rechtswege plaatsvindt. De aanwijzing als bedoeld in lid 1 wordt medegedeeld aan degenen die in de kadastrale registratie als eigenaar en beperkt gerechtigde staan vermeld, aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers en, indien om aanwijzing is verzocht, aan de verzoeker. De aanwijzing wordt onverwijld opgenomen in de openbare registers zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel e. van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen en onroerende zaken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel