**1.** Voor dit artikel geldt als maatstaf de hoeveelheid en de hoedanigheid van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd.
**2.** De heffingsmaatstaf is de vervuilingsgraad van de stoffen die in een kalenderjaar worden afgevoerd.
**3.** De vervuilingsgraad wordt uitgedrukt in vervuilingeenheden.
**4.** Eén vervuilingeenheid vertegenwoordigt met betrekking tot:
a. het zuurstofverbruik het jaarlijks verbruik van 49,6 kilogram zuurstof;
b. de gewichtshoeveelheden van de groep van stoffen chroom, koper, lood, nikkel en zink 1,0 kilogram;
c. de gewichtshoeveelheden van de groep van stoffen arseen, kwik en cadmium 0,1 kilogram.
**5.** De bepaling van het zuurstofverbruik van de stoffen welke in een kalenderjaar worden afgevoerd, geschiedt op basis van de som van het chemische zuurstofverbruik en het zuurstofverbruik door omzetting van stikstofverbindingen.
**6.** Het aantal eenheden, zoals bedoeld in artikel 7, lid 4, wordt berekend met behulp van door meting, bemonstering en analyse verkregen gegevens.
**7.** Indien belastingplichtige, na tweemaal in de gelegenheid gesteld te zijn mee te werken aan de meting, bemonstering en analyse, niet of niet geheel meewerkt, kan de heffingsambtenaar het aantal eenheden naar schatting vaststellen.
**8.** Het recht als bedoeld in artikel 5, lid 2, wordt vermeerderd met € 33,70 per vervuilingeenheid als bedoeld in artikel 7, lid 4.
Artikel 7
Variabel bedrag per vervuilingsgraad
Onderdeel van Verordening proceswaterrecht Olzendepolder 2012