1. De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 20 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
2. De toeslag als bedoeld in artikel 25 van de wet bedraagt 10 procent van de gezinsnorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen zijn hoofdverblijf heeft of hebben;
3. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft:
a. kinderen als bedoeld in artikel 25 lid 1 van de WWB
b. verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd in de zin van artikel 4 lid 5 WWB;
c. verzorgers van de verzorgingsbehoevende belanghebbende.