Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3

Artikel 29

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Nunspeet

1. De voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Als geen stemming wordt gevraagd en ookde voorzitter dit niet verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemmingis aangenomen. 2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het verslag vragen, dat zij geachtwillen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet vanstemming te hebben onthouden. 3. Als door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de voorzitter daarvan mededeling. 4. De voorzitter (of de griffier) roept de leden van de raad bij naam op hun stem uit te brengen.De stemming begint bij het lid dat daarvoor overeenkomstig artikel 19 is aangewezen. Vervolgensgeschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. 5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelnemingaan de stemming op grond van artikel 28 Gemeentewet moet onthouden verplicht zijn stem uitte brengen. 6. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enigetoevoeging. 7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellenvoordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dankan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekeningvragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verande-ring. 8. De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantalvoor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij ook mededeling van het genomen besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel