De medewerking aan het in exploitatie brengen van gronden behoeft niet te worden verleend, indien:a. de in exploitatie te brengen grond niet is gelegen in een gebied waarvoor een bestemmingsplangeldt;b. de door de exploitant aangegeven (bouw)werkzaamheden of de daartoe benodigde voorzieningenvan openbaar nut zouden leiden tot strijd met het bestemmingsplan of de Woningwet;c. het treffen van de voorzieningen, hoewel overeenkomstig een bestemmingsplan, anderszinszou leiden tot strijd met belangen van een doeltreffende uitbreiding van bebouwing of herinrichting;d. het in exploitatie brengen van grond anderszins zou leiden tot ten laste van de gemeente blijvendekosten van voorzieningen van openbaar nut of tot bezwaren ten aanzien van het doeltreffendvoorzien in watervoorziening, openbare verlichting, riolering en andere voorzieningenvan openbaar nut;e. exploitant geen afstand wil doen van gronden ten behoeve van de aanleg van voorzieningenvan openbaar nut;f. exploitant op ondergrond van voorzieningen van openbaar nut niet wil onderzoeken op de aanwezigheidvan bodemverontreiniging, dan wel de bodem niet wil saneren wanneer dat noodzakelijkis.
Hoofdstuk 4
Artikel 9
Weigeringsgronden voor een exploitatieovereenkomst
Onderdeel van Verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden