**1.** Met inachtneming van het in het derde en vierde lid bepaalde vindt aan de school afvloeiingplaats met als volgorde:a. eerst de belanghebbende met een tijdelijke aanstelling, met uitzondering van de tijdelijkaangestelde ter vervanging;b. vervolgens de belanghebbende met een vaste aanstelling.
**2.** Binnen elke groepering genoemd in het eerste lid wordt de volgorde aangehouden:a. eerst degene die aan het bestuursorgaan schriftelijk te kennen heeft gegeven geenbezwaar tegen afvloeiing te hebben, waarbij de oudste in leeftijd het eerst in aanmerkingkomt;b. vervolgens degene die de minste diensttijd heeft, waarbij ingeval van gelijke diensttijd dejongste in leeftijd het eerst in aanmerking komt.
**3.** De directeur van een school voor basisonderwijs vloeit slechts af bij de opheffing van deschool.
**4.** De belanghebbende die op grond van de eerste twee leden van dit artikel voor afvloeiing inaanmerking komt en die de laatste aan de basisscholen verbonden onderwijsgevende is in hetbezit van de akte leidster of hoofdleidster bij het kleuteronderwijs of een hiermee gelijkgesteldeakte, wordt tot 31 juli 1996 voor ontslag overgeslagen.
Hoofdstuk 1
Artikel 2