**1.** Het college van burgemeester en wethouders verleent, voorzover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats(en) dit toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van dertig jaar het recht op een eigen graf. De termijn begint te lopen op de datum waarop het eigen graf is uitgegeven.
**2.** Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht op een eigen graf wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd, telkens met een termijn van tien jaar, mits de aanvraag voor het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
**3.** In afwijking van het eerste lid verleent het college van burgemeester en wethouders op een daartoe schriftelijk in te dienen aanvraag voor de tijd van vijf jaar het recht op een eigen urnennis. De termijn begint te lopen op de datum waarop de eigen urnennis is uitgegeven en kan telkens met een termijn van vijf jaar worden verlengd, mits de aanvraag daartoe vóór het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
**4.** Binnen een jaar na beëindiging van het recht als bedoeld in het derde lid, wordt door de rechthebbende aan de in de eigen urnennis geplaatste urn een andere bestemming gegeven. Na afloop van dit jaar kunnen burgemeester en wethouders de urn verwijderen uit de urnennis en daaraan een jaar na de verwijdering een definitieve bestemming geven door middel van verstrooiing van de as. De verwijdering vindt niet eerder plaats dan het moment waarop de rechthebbende tijdig en behoorlijk per brief is opgeroepen om te worden ingelicht over het voornemen tot verwijdering.
**5.** Een recht als bedoeld in dit artikel, kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 18, eerste lid. Verlenging van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan.
Hoofdstuk 4
Artikel 16
Termijnen eigen graven/eigen urnen graven
Onderdeel van Verordening tot wijziging van de Beheersverordening begraafplaatsen gemeente Nunspeet