**1.** Elk bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk
beleid.
**2.** Inspraak wordt altijd verleend als de wet daartoe verplicht.
**3.** Geen inspraak wordt verleend:a. ten aanzien van ondergeschikte
herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen;b. als
inspraak bij of op grond van wettelijk voorschrift is uitgesloten;c.
als sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het
bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;d. inzake de
volgende ruimtelijke plannen:- ruimtelijke plannen, die betrekking
hebben op een zeer beperkt grondgebied (zogenoemde
postzegelplannetjes);- bestemmingsplanherzieningen op grond van
artikel 30 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening;-
bestemmingsplannen waarvoor in de voorbereiding al een ruimtelijk
plan (bijvoorbeeld een masterplan of verkavelingsplan) in de
inspraak is gebracht;- wijzigings- en uitwerkingsplannen ex artikel
11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.e. inzake de begroting, de
tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen bedoeld
in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;f. als de uitvoering van een
beleidsvoornemen dermate spoedeisend is dat inspraak niet kan worden
afgewacht;g. als het belang van inspraak niet opweegt tegen het
belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare
groepen in de samenleving.
Hoofdstuk 1
Artikel 2