Met betrekking tot de collectieve vervoersvoorziening zoals bedoeld in artikel 14 lid 3 van de verordening is bepaald dat:a. de ondersteuningsvrager met een inkomen onder de inkomensgrens een betaling verschuldigd is voor het vervoer met het collectief vervoer, waarbij het tarief gebaseerd is op het reizigerstarief van het openbaar vervoer.b. de ondersteuningsvrager met een inkomen boven de inkomensgrens een betaling verschuldigd is voor het vervoer met het collectief vervoer, waarbij het tarief is gebaseerd op de werkelijke kosten van het collectief vervoer.c. de betaling van de ondersteuningsaanvrager door de vervoerder in ontvangst wordt genomen, in naam en voor rekening van de gemeente die het vervoer aanbiedt.
Artikel 16
Betaling collectief vervoer
Onderdeel van Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012